Marinus is begonnen als zelfstandig assurantieadviseur. In 1969 begon hij bij de Rabobank in de vervangingsdienst. Hij verving directeuren die met ziekteverlof waren en kreeg zo de kans om bij veel banken in de keuken te kijken. Vooral Rabobank Amsterdam maakte indruk op hem. “Ik kwam vanuit een dorp in Brabant in een grote stad te werken. De omvang van de bank en de mentaliteit van de mensen waren echt anders dan in het zuiden.” In 1974 werd hij directeur van Rabobank Heeswijk, destijds een filiaal met slechts enkele medewerkers. De bank groeide gestaag en in 1980 ontstond er een vacature voor baliemedewerker. Marijke zag de advertentie in De Brug en solliciteerde, hoewel ze haar havo-examen nog moest doen. Een sollicitatie om nooit te vergeten “Ik zat op het bankje in de hal te wachten tot ik naar binnen werd geroepen." Toen kwam Ine van Nuland naar buiten. Zij had ook op de functie gesolliciteerd. Eenmaal binnen, zat ik niet alleen tegenover directeur Marinus van de Weijer, maar zat ook het hele bestuur aan tafel. Dat was overweldigend, net als het gesprek. Het ging nauwelijks over de inhoud van de baan of mijn opleiding en ervaring, maar over wat mijn vader voor de kost deed en of ik al verkering had. De moed zakte me in de schoenen. Ine zat op het gymnasium en haar ouders hadden een groot kippenbedrijf. "In mijn beleving maakte ik geen schijn van kans.” Kort daarna kreeg Marijke te horen dat ze was aangenomen. Ook Ine van Nuland kreeg goed nieuws; ze zochten twee personen voor de functie. Marinus herinnert zich nog dat Marijke werd aangenomen vanwege haar vakkenpakket en omdat ze zo zelfverzekerd overkwam. Van het gesprek zelf weet hij niet veel meer. Van kasbox naar bedrijvenadviseur Marijke werkte lange tijd in de kasbox, een afgesloten ruimte waar het geld werd bewaard. In die tijd gebeurden veel financiële transacties nog contant. “Sommige bedrijven kwamen dagelijks geld storten of opnemen." Op vrijdagavond stond de hele bankhal vol met klanten die geld van hun rekening kwamen halen. We konden bij wijze van spreken het formulier al invullen als we de klant binnen zagen komen. We kenden veel bankrekeningnummers uit ons hoofd en ook welk bedrag de mensen wekelijks kwamen opnemen, zelfs in welke coupures ze dat wilden hebben. "Doordat we de klanten minstens één keer per week zagen, bouwden we een band met hen op.” Met de komst van de pinautomaat veranderde dit volledig. In het begin moesten mensen erg wennen aan deze noviteit. "Maar al snel zag iedereen het gemak ervan in.” ‘We kenden veel bankrekeningnummers uit ons hoofd’ - D’N HADEEJER 18
RkJQdWJsaXNoZXIy MzM5NTg2Ng==