d'n HaDeejer februari 2026
Van tuin naar landschap Dat Stan in het groen terechtkwam was geen toeval. Zijn vader was tuinarchitect en Stan trad min of meer in diens voetsporen. “Er waren voor mijn gevoel niet heel veel alternatieven”, zegt hij met een glimlach. Hij ging met zijn vader samenwerken en nam het bedrijf in 1988 over. Toch verschoof zijn interesse al snel. Waar zijn vader vooral tuinen ontwierp, raakte Stan gefascineerd door grotere verbanden. “Ik hou meer van zichtlijnen. Toen ik ontdekte dat je landschappen kunt ontwerpen, werd ik daar echt blij van. Dat gaf me energie.” Voor Stan begint een ontwerp altijd bij een vraag of een probleem. “Ik wil eerst iets oplossen en dan iets moois maken. En dat in een landschap.” Die manier van werken bracht hem steeds vaker op plekken waar het schuurt: aan de randen van dorpen en steden, waar het landelijke gebied botst met bebouwing. “Daar zitten veel problemen, maar ook veel kansen. Een losse ingreep, zoals een rij bomen of een beekje, is zelden voldoende. Het moet samenhang hebben. Wat je bouwkundig doet, moet passen bij wat je in het landschap doet.” De stap naar stedenbouw Die zoektocht naar samenhang leidde uiteindelijk tot een nieuwe stap. Ongeveer tien jaar geleden liet Stan zich erkennen als stedenbouwkundige. “Maar ik ben een groene stedenbouwer”, benadrukt hij. “Het landschap hoort er voor mij altijd bij.” Die combinatie komt terug in veel van zijn projecten, waarin groen niet wordt gezien als aankleding achteraf, maar als dragende structuur. Een bekend voorbeeld is de Bernhezer ontmoetingsplek aan de Justitieweg, die door Stan ontworpen is. “Daar komen alle landschappen bij elkaar”, vertelt hij. Water, stuifzand, bos, het zit er allemaal in. In een stalen plaat zijn de profielen van de verschillende dorpen verbeeld. De binnenkant is strak en gelakt, de buitenkant ruw ijzer. “Dat contrast past bij het gebied en bij het idee van ontmoeten.” Ook woonwijk De Hoef in Heesch noemt hij als belangrijk project. “Dat was mijn eerste woonwijk, samen met een stedenbouwer. We hebben veel van elkaar geleerd.” Juist dat samenwerken en het bundelen van ideeën spreekt hem aan. “Alle gedachten die in een gebied leven bij elkaar brengen, dat vind ik het leukst van mijn werk.” Zo zijn er in onze gemeente verschillende landschappelijke projecten waar hij aan meegewerkt heeft. Aan het project rondom het laten meanderen van de Aa wordt momenteel nog volop gewerkt. Visie als vertrekpunt Wie hem inschakelt, komt zelden met een uitgewerkt plan. “We krijgen vaak de vraag: we weten niet wat we ermee moeten, wil je eens komen praten?” In driekwart van de projecten wordt de doelstelling samen met de opdrachtgever geformuleerd. “Mensen hebben een knelpunt, maar weten nog niet welke kant ze op kunnen.” Het begint bijna altijd met een gesprek. “Vaak hoor je: iets kan niet of het mag niet. Dan kijken wij eerst naar de visie: wat wil je bereiken, wat is er mogelijk en welke financiële middelen zijn er?” Ruimtelijke ontwikkeling combineren met natuurontwikkeling vergroot volgens Stan de mogelijkheden. “Maar het is ook een kwestie van geven en nemen. Je moet wellicht ook iets inleveren: geld, ruimte.” Een groot deel van zijn werk bestaat dan ook uit praten met opdrachtgevers, omwonenden, overheden en andere betrokkenen. “Kijken naar wat kan, wat mensen willen en waarom ze bepaalde dingen niet willen. Dat vind ik leuk.” Als de visie eenmaal klopt, volgt pas stap voor stap de uitwerking. En soms is de conclusie simpelweg dat iets niet kan. “Dan moet je daar ook eerlijk over zijn en dan kijken we naar alternatieven.” De projecten die hij noemt, laten de diversiteit van zijn werk zien: een haven in Drimmelen, de aanleg van een woonwijk, een boomgaard met passende bebouwing, herindelen van een voormalige golfbaan en het verleggen van een rivier. Enthousiast bladert hij door tekeningen. “Ik laat deze nog even zien… en kijk eens naar deze, dit is echt een mooi project”, zegt hij lachend. “Oké, nog eentje en dan hou ik erover op.” Werken op Zwanenburg Het kantoor op Zwanenburg voelt voor Stan als een cadeautje. Oorspronkelijk zat zijn bedrijf in Oisterwijk, waar Stan ook geboren is. “We zaten daar vol.” Via via hoorde hij dat deze plek beschikbaar was. “Binnen een week was het bekeken.” Buiten was het meteen raak; binnen was het vooral stof en rommel. Maar de bovenruimte maakte alles goed. “Die was fantastisch. Daar ben ik voor gevallen.” ‘Ik stop pas met nadenken over een plan, als ik er zelf zou willen wonen’ 7 D’N HADEEJER -
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjU2Mzc=