d'n HaDeejer november 2025

“Ik wilde heel graag een keer meedoen aan de Antwerp - Banjul challenge”, vertelt Thijs (25). “Mijn oom deed ooit mee. Ik werd enthousiast van zijn verhalen.” Toen Thijs zijn idee deelde met zijn beste vrienden Tim (25), Jordi (26) en Jeroen (25), waren ook zij direct opgetogen. Na een leuk gesprek met Hay en Hubertine Teeuwen, initiatiefnemers van Stichting Kans voor Gambia, werd gestart met de voorbereidingen voor de tocht. SUV’S Allereerst moesten er auto’s gekocht worden: “We kozen voor SUV’s: een Range Rover en een Landrover”, legt Jeroen uit. “Dat zijn auto’s die de tocht zouden kunnen doorstaan, maar daarna ook in Gambia nog jaren meegaan. Bovendien kun je in Gambia makkelijk aan onderdelen voor deze auto’s komen.” Naast het klaarmaken van de auto’s om de tocht te doorstaan, werden ze omgebouwd tot mini-campers, met bedden en ruimte voor bijvoorbeeld een kooktoestel. Er moest verplicht een jerrycan met brandstof mee en natuurlijk een bakkie om in contact met elkaar te blijven. “De ruimte die we in de auto’s over hadden, stopten we vol met spullen die we in Gambia uit konden delen”, vertelt Tim. Tim en Thijs reisden in de ene auto en Jeroen en Jordi in de andere. DE REIS Op 4 oktober begon dan eindelijk de reis. Omdat je in Antwerpen niet meer met dieselauto’s mag komen, is de start van de Antwerp-Banjul challenge verhuisd naar Poppel, België. Daar begonnen 15 auto’s aan de tocht. “De eerste dagen (door België, Frankrijk en Spanje), waren nog saai”, vond Tim. “Pas in Marokko begon het avontuur echt.” Een van de eerste dagen in Marokko konden de deelnemers van de Challenge met een gids zandduin rijden. Zo waren ze beter voorbereid op de wegen, die ze tijdens het vervolg van de reis nog tegen zouden komen. Het bleek dat de auto van de jongens onmisbaar was, want ze hebben toen, maar ook later in de reis, vaak gestrande auto’s uit het zand getrokken. “We reden wel een keer door een kuil die we onderschatten”, lacht Jordy. “Er gebeurde iets met de motorkap en er schoof een hele lading zand de auto in.” Hoewel de jongens ook wel in hotels sliepen, was dat deze nacht niet mogelijk. “We moesten die nacht in de auto slapen”, zegt Jeroen. “We hebben geprobeerd zoveel mogelijk zand uit de auto te halen, maar lang niet alles was weg.” OP SLEEPTOUW Helaas kwam de auto van Jeroen en Jordi in de problemen. En hoewel een monteur uit een ander team hen nog even op weg leek te kunnen helpen, moesten Tim en Thijs hen uiteindelijk ruim 1.000 kilometer slepen. In Mauritanië kon de auto naar de garage. “Terwijl de monteur naar onze auto keek, hebben wij een balletje getrapt met de vrienden van de monteur”, vertelt Jeroen. DE FINISH Op 23 oktober bereikte het viertal, samen met de andere deelnemers, de finish in Banjul. Daar reden ze de laatste kilometers in konvooi, toegejuicht door Gambianen die langs de weg stonden. Ze werden als eregasten ontvangen. Het was een ontlading van emoties, geluk en trots. Thijs: “We zijn hele goede vrienden, maar als je drie weken bij elkaar op de lip zit, is het niet altijd meer gezellig.” Met Hay en Hubertine Teeuwen bezochten de jongens de school in Farato, waar het geld van de auto’s naartoe zou gaan en speelden daar met de kinderen. “Het was mooi om met eigen ogen te zien dat het geld ook echt goed besteed zou worden”, aldus Thijs. Tijdens de autoveiling de volgende dag, brachten de auto’s samen het mooie bedrag van € 5.654,00 op. Thijs benadrukt: “We zijn wel gesponsord, maar we hebben er vooral ons eigen geld in gestopt. Het was een fantastische ervaring.” TEKST Angélique Dortmans FOTOGRAFIE Aangeleverd & Annerieke van den Broek VORMGEVING Eveline van Roessel 15 D’N HADEEJER -

RkJQdWJsaXNoZXIy MjU2Mzc=