d'n HaDeejer december 2024
aan Everly. Everly staarde met grote ogen naar de Kerstman. De Kerstman, in levende lijve, hier, recht voor haar. Dit was zo gaaf. “Uh, ik, uh, ben Everly”, stamelde ze. “Twaalf jaar oud. Ik kom uit Heeswijk-Dinther…” Ze was heel nerveus. Nooit in haar leven had ze verwacht met DE Kerstman te praten. “Everly van Heeswijk-Dinther, huh? Nou ja dan, Everly, welkom op de Noordpool.” Trollentrein “Stijn! Moet je eens kijken!” Everly hield een zelfgemaakt voorwerp omhoog. Een van de elfen, Stijn, keek op. “Goed gedaan, Everly! Je bent een natuurtalent.” Hij bleef heel even stil. “Maar wat is het dan?” vroeg hij voorzichtig. “Kun je dat niet zien? Het is een treintje!” antwoordde Everly beledigd. “Oh ja! Nu zie ik het! Eerlijk gezegd, dacht ik dat het een trol was… Sorry, Everly”, mompelde Stijn. “Een trol?” Ze bleef even stil. “Nu je het zegt. Je hebt eigenlijk wel gelijk.” Ze bleef nog even stil. “Dan is het nu een trollentrein!” Stijn grinnikte zachtjes. “Prachtig. Een trollentrein. Ik houd er nu al van.” Stijn liep op Everly af en klom bij haar op schoot. “Moet je ons echt weer gaan verlaten vanavond?”, vroeg hij treurig. “Helaas wel, ik zou ook wel willen dat ik kon blijven. Maar mijn ouders maken zich zeker ontzettend veel zorgen.” “Dat begrijp ik Everly. Ik zal je missen.” “Ik jou ook.” Slee met rendieren “We hebben Dasher, Dancer, Prancer, Vixen, Comet, Cupid, Donner, Blitzen en Rudolf.” De Kerstman stelde zijn rendieren één voor één voor aan Everly. Everly keek haar ogen uit. “Wow”, stamelde Everly. “Hey Dasher, hey Dancer, hey Prancer, hey Vixen, hey Comet, hey Cupid, hey Donner, hey Blitzen, hey Rudolf”, zei ze tegen alle rendieren. Die glimlachten voorzichtig. Stijn sprong op haar rug. “Klaar om te gaan?” vroeg hij haar. Everly knikte: “Klaar om te gaan.” De Kerstman, Everly, Stijn en nog een paar kerstelfen klommen op de slee. “Ho ho ho, fijne kerst allemaal”, zei de Kerstman. Everly keek haar ogen uit. “Wow. Dit is zo gaaf.” Ze keek vanuit de slee naar de wereld die onder hen voorbijkwam. Alle kerstlampjes en lantaarnpalen leken zo klein vanuit de hoogte. Het was prachtig. Stijn keek met haar mee. “Mooi hè?” zei hij met een glimlach. “Zeker, het is prachtig”, antwoordde ze. “En dit is nog maar het begin, Everly”, sprak de Kerstman. “Wordt het nog mooier?!” Everly werd gelijk enthousiast. De Kerstman knikte. “Wacht maar.” En de Kerstman had gelijk gehad, hoe later op de avond, hoe mooier het 12 - d’n HaDeejer
Made with FlippingBook
RkJQdWJsaXNoZXIy MjU2Mzc=