d'n HaDeejer januari 2017

d ’ n hadee j er 7 De knop moest om Kort na zijn studie aan het Grafisch Lyceum in Eindhoven is Aart aan de slag gegaan bij De Halm, toen deze door zijn vader overgenomen was. “Een mooie tijd. Ik heb er 17 jaar gewerkt. Ik moest daar stoppen, omdat ik een allergische reactie kreeg. Ik liep eigenlijk overal vast, op het werk maar ook privé, en dat kwam er allemaal uit.” Aart was inmiddels gescheiden. “Een moeilijke beslissing, zeker omdat we 3 kinderen hadden, waarvan de jongste extra aandacht nodig had,” vertelt Aart. “Zoë heeft het syndroom van Down en een verstandelijke beperking. Ik had co-ouderschap. Omdat Zoë erg aan mij hing, letterlijk aan mijn broek hing, en constant zorg nodig heeft, ben ik mezelf in die tijd aardig voorbij gelopen. Mijn gevoel had ik uitgeschakeld en ik stond op overleven. Ik heb toen besloten om de knop drastisch om te zetten en in goed overleg met mijn broer Rob ben ik uit het bedrijf gestapt. Ik besloot me te oriënteren op het onderwijs of de zorg. Toen Zoë klein was, heb ik een cursus gedaan over ‘denkstimulering thuis’, gericht op het opvoeden van een kindje met een beperking, over hoe je haar kon begrijpen en meenemen in haar ontwikkeling, met kleine stappen en doelen. In principe is dat voor elke mens toepasbaar. Dat heeft me altijd getriggerd en daar wilde ik toch iets mee gaan doen.” Als man in de zorg “Ik was alleenstaande vader, dus er moest ook brood op de plank komen en daarom ben ik op m’n eenenveertigste een BBL traject gaan doen via het ROC in Den Bosch, een combinatie van werken en leren. Dat was een ontzettend leerzame tijd, van verzorging op de groep tot woonbegeleiding in een buitenhuis bij jongeren met een lichtverstandelijke beperking die uit huis geplaatst waren. Als man in de zorg heb je bij bepaalde doelgroepen toch wat meer overwicht, omdat je fysiek meer te vertellen hebt, maar soms ook omdat in sommige culturen een vrouw niet als gesprekspartner geaccepteerd wordt. Wat ook wel mooi was, is dat ik toch wel een omslag teweeg heb gebracht bij bepaalde collega’s. Waar met name jonge collega’s zonder kinderen zich irriteerden aan ‘lastige ouders’, heb ik hen als vader van een dochter met een beperking ook de andere kant van het verhaal kunnen laten zien. Als ouder is het verdraaid lastig om de zorg voor je kind over te laten aan anderen, maar soms kan het niet anders. Het was een super leerzame tijd. Maar omdat het een leerplek was, kon ik daar na mijn opleiding helaas niet blijven. Via Cello ben ik toen bij even bij de buren en daarna bij dagbesteding aan de slag gegaan.” Een relatie met Buro Lima? “Het ging met Zoë op een gegeven moment niet goed. Ik had co-ouderschap, maar Zoë bleek niet te kunnen wennen aan de wisselingen. Ze zag veel te veel mensen voor haar wereldje en werd daar onrustig van en stopte met ontwikkelen. Toen hebben we besloten dat ze helemaal bij mij kwam wonen. Door mijn opleiding en mijn werk, moest ik terug naar mijn gevoel en moest ik keuzes maken. Zoë ging af en toe naar Buro Lima, zodat ik ook tijd had voor de andere twee kinderen en zo heb ik Lianne leren kennen. Ik was toen nog bezig met afstuderen. Eigenlijk kan dat niet, een relatie beginnen met iemand die betrokken is bij de zorg voor je kind. Ik heb het in de groep gegooid bij de lessen ethiek. Ze vonden het niet kunnen, maar de liefde bleek te groot, dus een relatie met Lianne was niet tegen te houden,” lacht Aart. “Ik hielp al wat mee bij Lima en omdat daar meer dan genoeg te doen was in verband met de locatieproblemen, ben ik naast mijn werk bij Cello ook in dienst getreden bij Lima en inmiddels werk ik er volledig.” Intussen wonen Aart en Lianne al weer een tijd samen met z’n zessen als samengesteld gezin. “Het was wel zoeken naar mijn rol, als vader van Zoë en als partner van Lianne die tegelijkertijd ook mijn baas was, en dat is soms nog wel eens lastig. We hebben het wel heel veel over Lima maar vooral over een stukje ontwikkeling. Lima is ontwikkeld, maar ik ben zelf ook weer gaan voelen waardoor je je ook persoonlijk ontwikkelt en uitdagingen ziet.” In de zorg, uit de zorg “Inmiddels sta ik niet meer op de groep, maar houd ik me op kantoor bezig met allerlei projecten zoals financiën en locatie. Dat ik nu niet meer op de groep sta, vind ik niet erg, want thuis moest ik ook altijd weer aan de bak, en de andere zaken in het werk begon ik steeds leuker te vinden. Financiën hebben me nooit zo getrokken, maar nu ik merk dat je veel betere zorg kunt leveren als dat allemaal goed op orde is, haal ik er veel voldoening uit. Ik kan juist mijn eigen ervaring als vader van een kind met een beperking en mijn ervaring vanuit de werkvloer heel goed inzetten in het coördineren van projecten. Als ik vroeger ergens tegenaan botste, vocht ik ertegen, en als ik niet kon winnen, liep ik de andere kant op. Als ik nu ergens tegen aan loop, zie ik dat veel meer als een uitdaging. Zo ben ik in gesprek gegaan met het Zorgkantoor, omdat de regelgeving en de praktijk niet bij elkaar aansloten. Daar hebben we betere afspraken over kunnen maken en daar geniet ik dan wel van. Hierin heb ik ook veel van Lianne geleerd, zij blijft altijd respectvol naar mensen, ook al hinderen zij haar. Vroeger zou ik dan liefst uit contact gaan, maar je komt ze toch weer tegen.” Tekst Francis van Venrooij Fotografie Sanne van Rozendaal

RkJQdWJsaXNoZXIy MjU2Mzc=